Kwaliteit: het beste wapen tegen pv-cowboys

Artikel vakblad Elektro & Ict: “Kwaliteit: het beste wapen tegen pv-cowboys”

Deze maand verscheen een duidelijk artikel over de kwaliteit van zonne-energie(-installateurs) in het vakblad Elektro & ICT, van Uneto-VNI. Aangezien dit artikel de spijker op de kop slaat, willen wij dit artikel – met dank aan UNETO-VNI Media – graag met u delen:

Kwaliteit: het beste wapen tegen pv-cowboys

Van de ongeveer vijftienhonderd installatiebedrijven die zich in Nederland met PV-panelen bezig houden, is een kleine tweehonderd bedrijven daarvoor gecertificeerd. Hoewel het aantal prijsvechters en ’lopendebandbedrijfjes’ in 2016 licht is afgenomen, blijven ze een belemmering voor de installateur die volledig volgens de regels en normen werkt en dus duurder is. Veel consumenten zijn zich nog niet bewust van de meerwaarde van een meerprijs en gaan blindelings voor goedkoop. De serieuze vakman is er klaar voor om kansen te verzilveren in de hoogwaardige PV-markt, met ondersteuning van UNETO-VNI, Isso en Otib. Nu is het zaak die onderscheidende kracht ook meer voor het voetlicht te brengen.
Tekst: Astrid Zoumpoulis-Verbraeken
 

De PV-markt is ‘hot & happening’. Logisch dus dat die ook branchevreemde partijen en prijsvechters aantrekt. Vaak nemen die het niet zo nauw met de regels en de veiligheidsvoorschriften. Het leidt tot fouten en ongelukken, maar ook tot installaties die niet optimaal renderen. Allart de Jong van Omega Training&Inspectie en lid van de commissie Zonne-energie van UNETO-VNI, ziet de gevaarlijke blunders dagelijks voorbijkomen. “De concurrentie zet de kwaliteit sterk onder druk. Er is een wildgroei  geweest van slecht betalende pseudobedrijfjes, waarvan wij in de praktijk zien dat ze hoogst brandgevaarlijke installaties afleveren. Ze gebruiken de verkeerde types installatieautomaten, vergeten aardlekschakelaars, kabels zijn niet dik genoeg, en de massale inductielussen op het dak zetten spanning op de geleide onderdelen van de onderconstructie die vaak weer niet vereffend is. Beschaduwing wordt vaak niet meegenomen, panelen vliegen bij de eerste de beste storm van het dak en DC-kabels hangen vaak los. Daarnaast wordt er in zeven van de tien gevallen niet gewerkt volgens de veiligheidsvoorschriften uit de Arbowet.” De Jong zegt de fouten aantoonbaar vaker tegen te komen bij niet-erkende bedrijven die concurreren op prijs.
 

Voorsprong door kennis

PV-systemen zijn geen rocketscience, maar ook geen kinderspel. Kwaliteit en kennis gaan hier hand in hand. Het prijskaartje aan de onderkant van de markt mag dan een belemmering zijn voor de bovenkant, de kwaliteitskloof biedt ook juist kansen, vindt branchemanager Michel Wijbrands van UNETO-VNI. “Kansen om het verschil te maken met hoogwaardige kwaliteit, met aantoonbare kennis en kunde. En dus met veilige, betrouwbare installaties die doen wat ze beloven. Want dat is toch wat iedere afnemer wil. Niemand kiest voor goedkoop als dat tot gevaren en teleurstellende rendementen leidt. Als branche willen we onze installateurs een voorsprong geven in de PV-markt door hen de bagage aan te reiken die nodig is om de concurrentie aan te gaan op kwaliteit. Daar moet je voor durven kiezen. We hebben een traject opgezet dat leidt tot erkenning en een waterdichte kwaliteitsketen.”

Het Handboek Zonne-energie van Isso is daarvan het eerste resultaat geweest. Dat kwam in 2012 uit en is onlangs volledig geüpdatet. Op basis van het handboek zijn drie opleidingsmodules ontwikkeld; voor het ontwerp en de bouwkundige en de elektrotechnische montage van PV-systemen. Installateurs die de Cito-examens van deze modules halen, komen in aanmerking voor SEI-erkenning zonne-energie. Zowel de monteurs als de bedrijven komen vervolgens in het QBIS-kwaliteitsregister te staan. Voor wie nog een stapje verder wil, is er de mogelijkheid om ook het Zonnekeur-certificaat te bemachtigen.

Tot slot biedt UNETO-VNI een veelheid aan tools en kennisproducten voor de lidbedrijven. Zo zijn er doelgroepenbrochures beschikbaar, checklisten voor alle fases van het werken aan PV-installaties en tools die helpen bij de uitvoering.
 

Vrijblijvend of verplicht

De overheid heeft het QBIS-register in het leven geroepen om aantoonbare kwaliteit inzichtelijk te maken voor de consument. Ze promoot de inzet van deze vakmannen in een informatiebrochure, maar daar blijft het voorlopig bij. Niet elke in PV geïnteresseerde consument kent het QBIS-register of snapt dat het prijsverschil tussen de prijsvechter en de kwaliteitsvakman een kwestie van leven of dood kan zijn.

De Europese Unie heeft in de richtlijn voor hernieuwbare energie opgenomen dat alle lidstaten een kwalificatiesysteem moeten hebben voor duurzame technieken. Dus ook voor zonne-energie. Nederland heeft dan wel een dergelijk systeem, maar dat is vooralsnog vrijblijvend. Dat stuit voorvechters van kwaliteitsverbetering en veiligheid behoorlijk tegen de borst. Niet alleen binnen de branche, ook daarbuiten. Zo lieten de Consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis vorig jaar weten voor verplichte certificering te zijn, voor duidelijke kwaliteitsregels en voor periodieke controle van PV-installaties.

De Jong sluit zich daar volledig bij aan. “Net als bij gasinstallaties, is ook bij PV-installaties een sterke stok achter de deur nodig om de markt te reguleren. De overheid zou daar meer verantwoordelijkheid moeten nemen.”

Verplicht of niet, met certificering en erkenning kunnen installateurs laten zien dat ze aan de veilige, betrouwbare kant van de markt zitten. Daarmee heeft de deskundige installateur een sterke troef in handen. Een te kostbare troef, zeggen sommigen. Ze zijn bang zichzelf uit de markt te prijzen met de beste materialen en steigers, de juiste valbeveiliging en met deskundige, correct betaalde monteurs. Ook geloven de critici er niet in dat de consument een meerprijs over heeft voor kwaliteit.

Natuurlijk, er zal altijd een groep consumenten zijn die uitsluitend oordeelt op prijs, die geen nieuws hoort of beoordelingen leest. Maar het overgrote deel van de markt – vooral nu bedrijven en overheden die voor een groot deel gaan bepalen – schat kwaliteit juist wel op waarde. Zolang ze maar weten waar de verschillen zitten en wat de gevaren zijn. En daar zit hem nou juist de crux.
 

Aan tafel

De branche, de overheid, maar vooral ook de installateur zal duidelijk moeten uitleggen dat kwaliteit meerwaarde heeft. De Jong: “Laat direct zien dat je de kennis en kunde in huis hebt. Zorg dus allereerst dat je bij de klant aan tafel komt. Leg aan die gesprekstafel uit wat je meerwaarde is. Dat je garanties geeft, inspecties laat uitvoeren en ook het onderhoud op je neemt. Dat je de klant in het hele proces ondersteunt, met het verkrijgen van subsidies bijvoorbeeld, of door de systemen tijdens de levensduur te monitoren, of in een later stadium te koppelen aan opslag of een warmtepomp. Daar, aan die tafel en in dat gesprek, daar kun je het winnen van de prijsvechter. Laat ook op websites en offertes zien dat je gecertificeerd bent en verwijs daarbij vooral naar het QBIS-register. En zorg er achteraf voor dat je productinformatie en inspectierapporten overhandigt.”
 

Hoe groter, hoe beter

PV-projecten worden steeds omvangrijker. De bijna drieduizend panelen op het dak van het Kyocerastadion in Den Haag zijn eigenlijk al geen uitzondering meer. De SDE+-subsidie maakt PV juist ook voor grotere projecten een steeds aantrekkelijkere optie. Bij dit soort projecten zijn bij uitstek de gecertificeerde installateurs aan zet. Volgens De Jong komen daar dan ook vrijwel geen problemen voor. “Het zwaardere spanningsniveau, de verdeelinrichtingen, de trafo’s; bij de grote projecten gaat dat doorgaans heel goed. Het zijn dan ook de betere installateurs die we daar tegen komen, beunhazen komen in dat segment niet in beeld.” Dat komt ook omdat de SDE+-subsidie is gekoppeld aan de opbrengst van de installatie en die dus gemonitord en bewaakt moet worden.

Vooral de groteprojectenmarkt biedt kansen de komende jaren, zeggen de kenners. Die kent uiteraard andere aandachtspunten, zoals de logistiek en de afspraken met de netbeheerder. Ook in die rollen komt de professionele vakman het eerst in beeld.

Bron: vakblad Elektro en ICT (E&I), editie maart 2017