Inverterruimte

De omvormer hangt het best op een plek die niet al te stoffig is en waar hij zijn warmte goed kwijt kan. Een krappe ongeventileerde meterkast of een hooischuur is daarom geen goede plek, een koele garage wel. Een zolder kan in de zomer soms erg warm worden. Een bijkomend voordeel van zonnepanelen is echter dat ze veel directe zoninstraling van het dak wegnemen, en zonnepanelen inverterdaarmee de zolder verkoelen. In veel gevallen kan de omvormer dus ook op zolder komen te hangen. De omvormer heeft rondom meestal ongeveer 15cm ruimte nodig om zijn warmte kwijt te kunnen. De specifieke afmetingen staan altijd  in de handleiding van de omvormer.

Hoewel moderne omvormers heel stil werken, zit er nog steeds een kleine zoem in de modelen met een trafo. Met name op het midden van de dag als de zon op zijn hoogste punt staat, kan dat geluid enigszins hinderlijk zijn in een woon- of werkkamer. Het is daarom aan te raden een plek te vinden die niet dagelijks gebruikt wordt. Ook de slaapkamer is niet geschikt. Hoewel de zonnepanelen ’s nachts natuurlijk niet werken, kan de omvormer in de zomer ’s ochtends wel vroeg aanslaan, wat een lichte slaper mogelijk kan wekken. Omvormers met actieve koeling hebben een ventilatortje aan boord. Deze maken ongeveer hetzelfde geluid als een desktop pc. Dus houdt met deze modellen ook rekening met de plaats van montage. De omvormers van SolarEdge hebben geen trafo en maken dan ook bijna geen geluid. Hun grotere modellen hebben wel een ventilator.

Elektriciteitskabels hebben altijd een bepaalde weerstand – hoe klein ook. Dit geldt voor de gelijkstroomkabels (de ‘DC-zijde’) en in mindere mate voor de wisselstroomkabels (de ‘AC-zijde’). Het is dus zaak de kabelroute van de zonnepanelen naar de omvormer zo kort mogelijk te te houden, dus de omvormer het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van de panelen plaatsen. Bij grotere afstanden is het beter bekabeling met een grotere diameter te gebruiken, om zo de weerstand tot een acceptabel niveau terug te brengen.